Trachea

Tracheale allotransplantatie is een nieuwe techniek voor het herstel van pathologische luchtwegsegmenten met een lengte van meer dan 4 cm die niet met conventionele technieken te behandelen zijn. 

Het principe berust op een urgente (zoals long-) inplanting van de trachea ter hoogte van de voorarm van de receptor. Immunosuppressiva zijn die van het longtransplantatieprotocol. Ter hoogte van de voorarm komt een langzame revascularisatie en remucosalisatie van de trachea op gang. Volledige revascularisatie en remucosalisatie worden bereikt na één tot drie maanden. Controles van het transplant gebeuren op ambulante basis. 

Belangrijk bij de tracheatransplantatie is dat de immunosuppressiva in een tweede tijd worden afgebouwd. Dit kan wanneer het donorslijmvlies vervangen wordt door slijmvlies van de receptor. Het kraakbenige framework (het ‘unieke deel’ van het tracheaal allotransplant) is weinig of niet immunogeen (chondrocyten worden beschermd binnen de kraakbenige lacunae). 

De eerste (wereldwijd) gevasculariseerde tracheatransplantatie gebeurde in UZ Leuven. 

Inmiddels kregen zes patiënten een tracheatransplant. 

De huidige werkwijze (learning curve patient 1 tot 5; Am J Transpl, 2012) wordt samengevat in bijgaande figuur.

  • Het tracheatransplant wordt geplaatst ter hoogte van de voorarm na het maken van de huidflappen (1). De intercartilagineuze ligamenten worden op een viertal plaatsten ingesneden om ingroei van receptorbloedvaten (3) te bevorderen. De trachea wordt omwikkeld met het subcutane weefsel en fascia van de voorarm.

  • Na 2 maanden is het transplant gerevasculariseerd en wordt het centrale deel van het donorslijmvlies vervangen door wangslijmvlies van de receptor (gele kleur). Na 3 maanden is het transplant (1, 2) klaar voor orthotope transplantatie op de arteria en venae radialis.

  • Het tracheale defect (1) wordt hersteld door het tracheatransplant (2: circulair, 3: patch). Het transplant is een chimera bestaande uit donor en receptorweefsels (4). Bij afbouw van de immunosuppressie treedt een repopulatie van receptorbloedvaten en receptorslijmvlies op ter hoogte van de sutuur met de ‘native trachea’ (pijltjes bij 5). 6 toont de situatie na volledige afbouw van de immunosuppressiva.