Revalidatie na een transplantatie

Lichaamsbeweging en daarna sport zijn toegestaan bij alle patiënten, op voorwaarde dat het geleidelijk aan wordt opgebouwd. 

Kinesitherapie is noodzakelijk voor de revalidatie van spieren en pezen. Ze is in het begin passief, daarna actief en de intensiteit van de inspanningen wordt geleidelijk aan opgebouwd.

Bij een hartlongtransplantatie verloopt de revalidatie als volgt

Revalidatie op korte termijn

De gevolgen van orgaanfalen en de weerslag van een transplantatieoperatie op het lichaam van de patiënt vragen een gerichte aanpak op het gebied van ademhaling, spierkracht, mobiliteit, inspanningsvermogen en functionaliteit. Zowel in het ziekenhuis, maar ook soms thuis zijn kinesitherapie, behandeling en oefeningen nodig om tot een voldoende functioneel resultaat te komen.

In eerste fase, die gemiddeld zes weken tot drie maanden na de transplantatie duurt, wordt vooral individueel en progressief gewerkt. 

Revalidatie op middellange termijn

Tot zes maanden na de transplantatie oefenen de patiënten meestal in groep. Ze trainen om te werken aan de reconditionering, het heraanpassen van het inspanningsvermogen en het opdrijven van de conditie.

In deze fase streeft de getransplanteerde vooral persoonlijke trainingswaarden na die vooraf met een inspanningsproef geëvalueerd worden. De training gebeurt best in een daarvoor bestemd ambulant centrum met gespecialiseerde kinesitherapeuten, meestal verbonden aan een ziekenhuis. Tijdens de ziekenhuisopname kan de aanvraag tot terugbetaling al gebeuren.

Revalidatie op lange termijn?

Na voldoende herstel van de conditie en fitheid kan de getransplanteerde de bekomen waarden blijven onderhouden in groep. Of met begeleiding verder zetten onder de vorm van oefeningen, allerlei bewegingen en sporten. 

Totale rehabilitatie vraagt ook voldoende discipline en inzicht in een nieuwe levensstijl met regelmatig bewegen. Werkhervatting kan ook hier plaatsvinden. Vergeet niet dat werk- en dagelijkse activiteiten tot grote inspanningen kunnen leiden en soms meer belasten dan het beoefenen van een sport. 

Deze fase verloopt over jaren. Maar een jaar na de transplantatie kan de getransplanteerde al vele activiteiten hervatten.

  1. Fase I: Kinesitherapie

    • Behandeling van operatiegevolgen
    • Opstarten van lichte oefeningen
    • Functioneel herstel ondersteunen
  2. Fase II: Reconditionering

    • Inspanningsvermogen (her-)aanpassen
    • Herstel en opbouwen van conditie
    • Training
  3. Fase III: Onderhoud

    • Inspanningsniveau onderhouden
    • Rehabilitatie 
    • Levenswijze
    • Sport (van recreatief tot intensief)