Luc stond een nier af aan zijn zoon, Stijn

Bij de geboorte van Stijn in 2001 wordt al snel duidelijk dat zijn nieren niet goed werken. Na zes maanden wordt een katheter geplaatst en wordt er gestart met dialyse via de buik. Een tijdelijke oplossing, voor een transplantatie komt de kleine Stijn pas in aanmerking vanaf het moment dat hij tien kilogram weegt. 

“Van zorgeloos babygeluk was niet veel sprake”, zo vertelt vader Luc. “De peritoneale dialyse gebeurde ’s nachts en dat verliep niet altijd even vlekkeloos. Het alarm van het toestel ging meerdere keren per nacht af omdat de katheter niet meer op de juiste plaats zat. Stijn kreeg dan ook nog een buikvliesontsteking. Omdat de wachtlijst voor transplantatie lang was, besloot mijn vrouw op dat moment om een van haar eigen nieren af te staan.”

“De transplantatie vond plaats in mei 2005. Bij mijn vrouw heeft het zeker een jaar geduurd voor ze weer de oude was. Stijn recupereerde gelukkig snel, voor hem begon een nieuw leven. Zijn gezondheid was drie jaar lang uitstekend … tot hij plots een epilepsieaanval kreeg. Een teken dat zijn lichaam de nier aan het afstoten was, hij moest opnieuw aan de dialyse. Toen heb ik mij kandidaat gesteld als levende donor. De eerste keer was ik er eerlijk gezegd niet klaar voor, ik wou nog onbezorgd leven.”

Het was een afweging, één jaar korte pijn of nog langer een zwaarder leven leiden met slapeloze nachten door de dialyse. Voor Stijn zelf betekende één jaar aan de dialyse twee jaar van zijn leven. En een kind moet op dat moment net kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen. Ik had bij mijn vrouw gezien dat je een normaal leven kunt leiden met één nier, dus ik wist wat me te wachten stond.

“Toch waren de operatie en het herstel veel zwaarder dan ik had gedacht. Stijn zat na twee dagen rechtop in zijn bed. Mijn lichaam moest zich volledig aanpassen aan het leven met één nier. In het begin raakte ik zelfs buiten adem van gewoon te babbelen. Maar elke dag ging het beter. En je moet je lichaam ook prikkelen om vooruit te gaan. Toch had ik na een half jaar het gevoel dat ik een plafond bereikt had. Toen heeft professor Monbaliu van UZ Leuven gevraagd of ik wou deelnemen aan Transplantoux.”

“Transplantoux geeft getransplanteerden - en levende donoren zoals ik - de kans om begeleid te sporten en samen de Mont Ventoux in Frankrijk te beklimmen. Het enige wat ik moest doen, was een fiets aanschaffen en trainen. Maar ik kreeg zoveel terug. Ik heb mijn conditie langzaam kunnen opbouwen en zo de smaak van het fietsen te pakken gekregen. Nu ben ik zelfs fitter dan vóór de donatie. Door het contact met de getransplanteerden ervaar ik Transplantoux ook als heel verrijkend. De positieve sfeer in de groep werkt aanstekelijk.”

“Omdat ik met één nier leef, leeft ik bewust gezond. Ik luister naar mijn lichaam tijdens het fietsen, ik forceer niets."

We leven ook nú gezond omdat we onze energie later toch weer nodig zullen hebben.

"Volgens de gemiddelden kan Stijn vijftien of dertig jaar leven met de nieuwe nier. We gaan voor de dertig. Stijn zelf is nog te jong om het echt te beseffen. We stimuleren hem wel om ook gezond te leven en te bewegen. Als hij achttien is, wil ik samen met hem de Mont Ventoux beklimmen. Desnoods duw ik hem.”

“Het eerste jaar na een transplantatie is het meest kritieke, maar een afstoting kan altijd gebeuren. Dat weten wij maar al te goed. We zijn er continu mee bezig, maar aan Stijn en de buitenwereld willen we onze bezorgdheid niet tonen."

We willen een normaal leven leiden. Daarom leven we vandaag en niet morgen. We stellen niets uit.

"De skivakantie voor volgend jaar is al vastgelegd. Al zijn we pas gerust vanaf het moment dat we in de auto zitten.”